Om half 3 in de ochtend ging in Auckland de wekker. Hup naar het vliegtuig en op naar Australië. We vlogen eerst naar Sydney en vervolgens door naar Ayers Rock, waar we tegen 1 uur werden we opgehaald door een busje. Er zaten al 16 mensen in die al een ochtendprogramma achter de rug hadden. We reden naar een gezellig tentenkamp dat onze verblijfplaats zou zijn voor de komende nacht.
Na een zeer goed verzorgde lunch, pakte we wat spullen en reden we naar Uluru. Uluru is de heilige berg van de Aboriginals. We hebben daar een wandeling langs de berg gemaakt en onze reisleider (George) vertelde verschillende mooie Aboriginalverhalen die bij de berg horen.
Het is een indrukwekkende berg en de Aboriginals zijn er ook erg voorzichtig mee. Zo mogen er op verschillende “heilige” plekken geen foto’s gemaakt worden en mag je de natuur er omheen op geen enkele wijze beschadigen. (dus geen blaadjes van een boom plukken bijvoorbeeld)
Na de rondleiding reden we naar een plek waar we de zonsondergang keken.
Je ziet de berg van kleur veranderen naarmate de zon wegzakt achter de horizon.
We reden terug naar het basiskamp waar we na een BBQ en een gezellige borrel met onze medereizigers op tijd ons bed in doken.
Om 5uur ging de wekker weer. We moesten zo vroeg op omdat we de zonsopkomst zouden gaan kijken vanaf een uitkijkpunt richting Uluru. Het was zeer bijzonder omdat de zon precies midden achter de berg op kwam en dat gebeurd maar 2x per jaar. Het was prachtig om te zien hoe de zon een gouden gloed rond de berg kleurt terwijl hij erachter langzaam opkomt.
Na het uizicht reden we naar Kata Tjuta. Ook weer een heilige berg voor de Aboriginals die behalve zijn rode kleur er totaal anders uitziet. Kata Tjuta betekent 36 hoofden dit omdat die uit zoveel verschillende bollen bestaat vanaf een afstand gezien. We hadden daar een wandeltocht van zo’n 4uur tussen de verschillende bollen van berg door. Een zeer mooie tocht om te lopen en opnieuw vertelde George ons verschillende prachtige verhalen.
Na een uitstekende lunch stapten we in de bus en reden we naar een plek zo’n 300km verderop. We hadden nog een tussenstop, waar we uitkeken op de berg Atilla.
Rond 6uur arriveerden we bij ons basiskamp voor de komende nacht. Hier hebben we gekookt in het vuur. We hadden zelf onderweg al hout gesprokkeld en het was een bijzondere ervaring.
De volgende morgen weer om 5 uur op en om 6 uur in de bus naar Kings Canyon. Kings Canyon is een bergketen bestaande uit rode rotsen zoals Ayers Rock. Hier hebben we een wandeling gemaakt van 4 uur. Klimmen en klauteren naar boven. Een steile klim maar goed te doen. Boven gekomen een prachtig uitzicht. We stonden aan de rand van de canyon en keken zo de diepte in. Zover als je kijken kon alleen maar “groene” woestijn. Normaal is het een rode zandvlakte met af en toe een struik. Omdat het de afgelopen tijd zoveel geregend heeft in Australie staan er in de woestijn veel groene struiken en kleine bomen en af en toe bloeiende bloemen. De wandeling was prachtig. We daalden af naar de Tuin van Eden. Beneden aangekomen hadden we een korte stop aan een meertje omringd door rotsen en bomen. Het was er zo stil en vredig, alleen het gefluit van een enkele vogel was te horen. Vervolgens klommen we weer naar boven zijn we de canyon helemaal rond gelopen.
Na de lunch reden we richting Alice Springs. De reis ging over zo’n 170 km “dirty road”, rode gravelwegen. Tot onze verbazing en grote hilariteit werd er wel aan de weg gewerkt. Er stond zelfs een man met een “stopbord”. Daarmee werd aangegeven dat we niet door mochten
rijden vanwege een tegenligger (op het hele stuk zagen we 4 tegenliggers: 2 roadtrains, dat zijn megagrote trucks met 4 aanhangers en 2 gewone auto’s). Na 3 uur hobbelen en door elkaar geschud te zijn kwamen we aan in Hermansburg, een Maoridorp. Hier stapten we over in een andere bus die ons naar Alice Springs bracht, althans dat was de bedoeling. Bij de eerste de beste rivier die we kruisten kwamen we vast te zitten (omdat het zoveel geregend heeft staat het water in de rivieren veel hoger dan normaal en is de weg niet altijd te zien) We moesten door het water waar een onverwacht diepte kuil in zat en ja hoor met de achteras aan de grond. Dus wachten op de volgende bus, hadden we nog geluk dat er een bus achter ons aankwam, die ons eruit trok. ’s Avonds na een gezamenlijke maaltijd met wat tour genoten doken we lekker weer in een gewoon bed.
De volgende ochtend vlogen we naar Melbourne waar we door een neef en zijn vrouw werden opgehaald. We zijn nu een aantal dagen in Goughs Bay geweest, het vakantiehuis van de familie,en hebben daar lekker kunnen luieren en bekomen van 3 “geweldige dagen” in de outback Douwn Under.
| Het tentenkamp waar we sliepen |
| Kings Canyon |
| Onze bus op de dirty road |

